De bevriedinge: interview met Trees Cusse

Interview met Trees Cusse

 

We hebben vandaag weer een interview mogen afnemen. Deze keer was dat met mevrouw Trees Cusse. Zij heeft ons meer uitleg gegeven over hoe ze de tweede wereldoorlog heeft overleefd.

Bardha Reka

 

 

 

 

Bardha: Hoe oud was u bij de bevrijding?

Ik  was toen zestien jaar.

 

Anaïs Missiaen: Hoe wist u dat de bevrijding nabij was?

Mijn zus werkte  op het stadhuis en zij is  komen zeggen dat de Canadezen op komst waren.. Wij woonden toen in de Willem De Roolaan en van op zolder konden wij de tanks zien afkomen. Ze kwamen vanuit Ramskapelle. Ik denk drie tanks.  We zagen ze door het water rijden en een beetje later stonden ze op de markt. We waren zo blij!

 

Joyce Monteny: Was dat de eerste bevrijding of de tweede?

De eerste. De Duitsers zijn nadien teruggekomen en hebben nog mensen opgepakt. Ze hebben ook nog gebombardeerd. Na die eerste bevrijding hebben ze bij mevrouw Zomerlinck een bom gesmeten. Zij is gestorven. Vlak voor de bevrijding… Dat was niet ver van het voetbalplein.

 

Jan Heinrichs: Hadden jullie contact met de Canadezen?

Niet veel. Maar…Onze voordeur had een venstertje. Op een keer kwamen we uit de kelder en zagen daar iemand staan. Het was een Canadees. Dat was een hele opluchting. Hij kwam zich daar verschuilen.

 

Kevin Van Rompaey: Wat herinnert u zich nog van de bevrijdingsdag?

Dat ik boven op een tank gekropen ben. Veel mensen. Fotograaf Lust heeft toen die foto genomen. De mensen waren wild van blijdschap.

 

Ashley Hosten: Heb je tijdens de oorlog honger geleden?

Dat niet. Maar we moesten wel opletten wat we kochten. Alles was met zegels. Die moest je afhalen op het stadhuis.

 

Bardha: Wat aten jullie toen?

We aten brood dat we met zegels kochten. We gingen ook bij de boer tarwe halen, die we eerst maalden en waarmee we dan zelf brood bakten. Er is ook een periode geweest dat er veel haring was. Dat werd ingelegd in zout. Dat was lekker.

 

Ghilljen Alleyn: Hebt u moeten schuilen voor de Duitsers?

In het begin van de oorlog zijn we naar een hofstede in Oostduinkerke gevlucht. Daar zijn we een week gebleven. Toen we terugkwamen was de kerk gebombardeerd. Ook de bruggen waren kapot. We moesten langs de spoorwegbrug naar huis terug. Daarna moesten we vaak in de kelder schuilen. Zelfs in de kelder slapen. Mijn tante woonde naast ons en we hadden een gat gemaakt in de keldermuur.

 

Tomy Vaeremans: Is jullie huis ook gebombardeerd geweest?

Er is een bom door het bovenste van ons huis gekomen. Er waren gaten in de muur. Alle ruiten waren kapot. Die moesten we dichtmaken met zwart papier, ‘terrepapier.’ Zo’n oorlog was verschrikkelijk. De angst herinner ik me nog. Dat was het ergste.

 

Axel Verdoolaeghe: Hebben jullie in de oorlog soms onderdak geboden aan mensen?

Ja, aan mensen van wie het huis gebombardeerd was.

 

Axel: Hebt u ooit een Duitser over de vloer gehad?

Ja, wij moesten een kamer afstaan aan Duitse officieren. Zij eisten dat op. Maar we hadden geen klachten. Het waren ook mensen. Die officier was chef van het orkest. Dat orkest speelde soms muziek op de markt, voor de soldaten. De bevolking ging daar niet naartoe. De knecht van de officier herinner ik me ook nog. Dat was een goeie jongen. Het was een kleine, magere. Ze noemden hem Mickey.

 

Ashley: Ging u naar school tijdens de oorlog?

Ja, maar de school, die in onze straat lag, was afgezet. We kregen les in de Recollettenstraat, daar was vroeger een danszaal. Ook in De Zathe, dat vroeger een hospitaal was.

 

Bella Pogosian: Spreek je soms nog over de oorlog?

Nee, niet zoveel.

Het is verschrikkelijk geweest.

 

 

Wat we dachten tijdens dit gesprek:

Barda: De wereldoorlog is eigenlijk nog niet zo lang geleden.

Ghilljen: Dat is toch erg voor die mensen.

Jan Heinrichs: Oorlog is verschrikkelijk!

Marie Vandevelde: Dat ze er jong uitzag.

Kevin Van Rompaey: In die tijd wil ik niet leven;

 

Welke uitspraak van mevrouw Cusse ons het meeste trof:

Axel: Van die mevrouw die overleden is omdat ze gebombardeerd werd.

Aschley: Dat ze een Canadees zag staan aan de deur.

Joyce: Dat ze zei: Jullie weten niet hoe erg het was tijdens de oorlog.

Jan: Dat er ook goeie Duitsers waren.

Anaïs: Dat je moest oppassen als je iets kocht.



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s